De Proba-3-missie van het Europees ruimtevaartagentschap ESA wordt verlengd tot augustus 2028. Deze ruimtemissie, met een grote Belgische bijdrage, onderzoekt de onderste lagen van de corona van de zon. Normaal gezien zou het duo satellieten eind dit jaar hun missie afronden. Dankzij de uitzonderlijke wetenschappelijke en technologische resultaten die met deze ruimtemissie al behaald werden, werd beslist om de twee satellieten nog tot 31 augustus 2028 hun werk verder te laten zetten om uitgebreider onderzoek te kunnen uitvoeren.
De levensduur van satellietmissies kan sterk variëren, van enkele jaren tot decennialang. Dit hangt voornamelijk af van hun doelstelling, maar ook van de baan waarin ze zich bevinden, en hoe precies ze in hun baan gebracht worden door de lanceerder. Normaal gezien wordt voor elke missie een initiële duur voorzien, die dan eventueel verlengd kan worden als de ESA-lidstaten dit wensen, er budget voor is en de satelliet nog in goede staat is. Een verlenging levert zo extra wetenschappelijke meerwaarde en valoriseert de investering maximaal. Dat is ook het geval voor Proba-3. Deze missie werd gelanceerd op 5 december 2024 met als doel om via twee satellieten kunstmatige zonsverduisteringen te creëren. Zo kunnen ze de zonnecorona bestuderen, die anders enkel kort zichtbaar is tijdens natuurlijke zonsverduisteringen.
‘Sinds de start van de operaties heeft de satellietconstellatie al een grote hoeveelheid hoogwaardige data opgeleverd,’ zegt Ronald Van der Linden, directeur van de Koninklijke Sterrenwacht van België. ‘De unieke vliegformatie werkt bijzonder goed. Dat laat ons toe de onderste lagen van de zonnecorona in hoog detail te bestuderen, iets dat voordien onmogelijk was. Nu de satellieten langer zullen werken, kunnen we deze belangrijke studies verderzetten. Dit helpt onder meer om de activiteit van de zon beter te begrijpen en om zonnestormen en stromen van snelle zonnewind te voorspellen. Zo kunnen we aardse technologieën, onze infrastructuur in de ruimte en astronauten beter beschermen tegen de gevaarlijke gevolgen daarvan.’
Belgische sleutelrol
België speelt een centrale rol in deze ruimtevaartmissie, met een bijdrage van ongeveer 66 miljoen euro op een totaalbudget van 166 miljoen euro dat via de POD Wetenschapsbeleid (BELSPO) via de Belgische bijdrage aan ESA wordt gefinancierd. De voorzitter van BELSPO, Arnaud Vajda, reageert tevreden: ‘De twee satellieten hebben hun robuustheid bewezen. Eerder dit jaar zijn we even het contact kwijt geweest, maar dat werd hersteld en de operaties konden volledig worden hervat. De verlenging van de missie toont aan dat dit hoog staaltje technologie de moeite waard is om verder te doen werken. Het bevestigt het succes van deze ambitieuze missie en de sterke positie van België binnen de Europese ruimtevaart.’ De verlenging wordt betaald via het wetenschapsluik van ESA, een verplicht programma van het agentschap, en vraagt dus geen nieuwe investering van ons land.
De Koninklijke Sterrenwacht van België leidt de wetenschappelijke uitbating van de coronagraaf die de kerntaak is van de missie. Op de satellieten zijn nog andere instrumenten geplaatst, zoals 3DEES, waarbij l het Koninklijk Belgisch Instituut voor Ruimte-aeronomie betrokken is. Dit instrument meet energierijke deeltjes rond de aarde om straling in de ruimte beter te begrijpen. Dankzij deze kennis kunnen we ruimte-infrastructuur zoals satellieten beter beschermen, maar ook astronauten, zeker als ze naar de maan of uiteindelijk naar Mars zouden reizen.
Bron: BELSPO





